woensdag, september 26, 2012
Van The Doors tot Donald Fagen, van Quincy Jones tot Brad Meldhau: allemaal raakten ze in de ban van Miles Davis' ,,Kind of blue''. Die opname heeft vandaag de status van bestseller. En dat voor een werk dat in een sessie van nauwelijks negen uren, werd opgenomen en dat maar enkele duizenden dollars heeft gekost. Toen Miles Davis in 1959 aan Kind of blue begon, was hij geen groentje meer. Midden de jaren veertig speelde hij aan de zijde van Charlie Parker en Dizzy Gillespie. Met Birth of the cool dreef hij in 1949 de muziek een eerste keer radicaal een andere richting uit. Maar zijn heroïneverslaving deed zijn loopbaan begin van de jaren vijftig in het slop belanden. ,,A four year horror show'', zei hij erover. Pas nadat hij was afgekickt, kreeg hij weer greep op zijn carrière. Miles Davis smeekte in die jaren producer George Avakian -- ,,Hey, George, sign me up!'' -- om hem in de Columbia-stal op te nemen. De gehaaide zakenman Miles Davis besefte dat Columbia -- toen de grote speler in de platenbusiness -- hem een breder publiek kon bezorgen. Davis zocht heel nauwgezet naar de juiste musici voor zijn beroemde eerste klassieke kwintet en later sextet. Op tenorsaxofonist John Coltrane had hij al lang zijn zinnen gezet, en hij vond de jonge bassist Paul Chambers. Met pijn in het hart moest hij soms vrienden zoals drummer Philly Joe Jones wandelen sturen, omdat ze niet van de heroïne geraakten. In die jaren ontdekte hij ook Bill Evans. ,,Ik hield van dat kalme vuur en zijn sound'', zei hij. Evans zou slechts zeven maanden bij de groep blijven, maar dat was voldoende om mee Kind of blue te maken. Net als Evans was Davis volop bezig met een nieuwe stijl: modale jazz waarin over toonladders werd geïmproviseerd en niet langer over strakke akkoordenschema's. Davis wist al lang dat hij geen trompetvirtuoos was als Dizzy Gillespie en zocht een andere aanpak. Kleur, timbre en sfeer begonnen een prominentere rol in zijn muzikaal palet te spelen. Ook vond hij dat mysterieuze, gedempte trompetspel. Van een hard en hoog spelende trompettist evolueerde hij naar die intense, lyrische stem. Zijn samenwerking met arrangeur Gil Evans zette hem voorgoed op de kaart. Eerst kwam er Miles ahead, een concerto met groot orkest. Wat later volgde Porgy and Bess. Miles Davis was toen al uitgegroeid tot een spraakmakend figuur, niet alleen door zijn muziek, maar ook door zijn flashy levensstijl met Italiaanse pakken en sportwagens. ,,Miles Davis is mijn definitie van cool'', zei Bob Dylan ooit. Met zijn sextet (Davis, Coltrane, Chambers, Evans, drummer Jimmy Cobb en altsaxofonist Cannonball Adderley, plus voor één track pianist Wynton Kelly) trok hij de studio in. In zijn boek reconstrueert Ashley Kahn nauwgezet de twee opnamesessies. Hij mocht de originele banden beluisteren in de Sony Music Studio's, waar de archieven van Columbia worden bewaard. Op die banden staan ook de stemmen van Miles Davis, van de andere musici en van producer Irving Townsend. Op 2 maart 1959 om 14.30 uur werden in een eerste sessie van zes uur -- met pauze -- drie stukken opgenomen. De musici kregen elk 64,67 dollar betaald. Als leider ging Miles Davis met een cheque van 129,36 dollar naar huis. Maar hij mocht zich verheugen in een stroom aan royalty's. Want Kind of blue was van in het begin een van de best verkopende Miles Davis-platen. Later deed Bill Evans altijd wat zuur over die opnamen. Want hij had als componist en arrangeur een cruciale bijdrage geleverd. Eén van de zeven musici die aan Kind of blue hebben meegewerkt is vandaag nog in leven. Drummer Jimmy Cobb getuigt dat Evans een enorme rol vervulde bij de totstandkoming van het album. De ideeën van de muziek kwamen merendeels van Bill Evans. Zowel voor het nummer ,,Blue in green'' als voor ,,Flamenco sketches'' had Bill Evans de fundamenten op papier gezet. Evans had na wat aandringen nog een extra cheque van 25 (!) dollar gekregen, maar niet de erkenning. Miles Davis wou aanvankelijk niet toegeven dat Evans medecomponist was. Pas later, veel later wel. De twee andere stukken werden op 22 april 1959 opgenomen. Het meeste materiaal dat de musici tijdens die sessies opnamen, was nieuw. Alleen ,,So what'' hadden ze al enkele keren op het podium uitgevoerd. De musici zelf beseften niet echt dat ze een van de grote successen van de jazz hadden gemaakt. Voor hen was het gewoon een sessie. De opname gebeurde in de beroemde Columbia-studio's in de 30ste straat. Dat was ooit een Grieks-orthodoxe kerk, die werd omgebouwd tot een studio met een wonderlijke akoestiek. Tijdens de opnamen liepen twee banden tegelijkertijd mee, een voor de master en een als reserve. Achteraf, vele jaren later, werd ontdekt dat het master-apparaat een tikje te snel liep, waardoor de muziek een kwarttoon te hoog was opgenomen. Dat is allemaal pas gerestaureerd in 1997. Gelukkig had Columbia voor de opnames een nieuw soort tape gebruikt, dat tot vandaag goed bewaard is gebleven. Het succes van Kind of blue heeft veel te maken met de donkere stemming van de plaat. Het gaat om een melancholieke sfeer, met veel bluesy tinten en trage, hypnotiserende tempo's. Maar een echt revolutionaire plaat was ze niet. Improviseren op toonladders in plaats van op akkoordenschema's was al eerder gebeurd. Maar alles zat goed. Je had dat imago van Miles Davis, alle musici speelden uitstekend, de sound en de composities vielen mooi samen. Miles Davis was al een grote naam voor Columbia en de firma zette dan ook een fikse campagne op waarmee ze het jazzcircuit oversteeg. En Davis keek nauwlettend toe en drong zelf aan dat er epeetjes werden uitgebracht voor op de jukeboxen. Plus daarnaast in Late Night: nieuw werk van Patti Smith, heel oud werk van Van Dyke Parks en een klassieker van A Silver Mt. Zion. Ga daar maar aan staan!
Klara © 2015