dinsdag, november 06, 2012
Gisteren overleed de gerenommeerde Amerikaanse componist Elliott Carter. De laatste rasechte modernist. Elliott Carter was 103 en dus stonden zijn activiteiten op een iets lager pitje dan pakweg 40 jaar geleden, maar hij was nog altijd productief. En ook in zijn recentere composities slaagde hij er nog steeds in om te doen wat hij al zestig jaar deed: toonaangevende en vernieuwende bijdragen afleveren aan de hedendaagse muziek. Carter was misschien wel een van de belangrijkste vernieuwers van de twintigste-eeuwse muziek in de Verenigde Staten. Neo-klassiek in de jaren 40, compromisloos in de jaren 50, ongenadig voor het minimalisme van de jaren 60 en 70, en in elk geval veeleisend voor de uitvoerders van zijn werk. Op 14 april van 2005 ging het Vlaams Radio Orkest o.l.v. Martyn Brabbins in de Singel in Antwerpen aan de slag met Elliott Carters symfonische drieluik met als ondertitel “Ik ben de prijs van de voorbijsnellende hoop.” Maar dan in het Latijn. Als componisten op leeftijd hun werk met Latijnse titels tooien, betekent dat meestal dat ze de toekomst niet al te vrolijk tegemoet zien. Toen Carter in 1993 aan dit werk begon liep hij al tegen de negentig en was hij bang dat hij het einde niet zou halen, maar kijk, in 2012 was hij nog altijd Alive and Kicking. Die ondertitel ontleende hij aan een zinsnede uit een lange en in het Latijn gestelde poëtische ontboezeming met de titel 'Bulla' van de zeventiende-eeuwse metafysische en rooms-katholiek mystiek geïnspireerde Engelse dichter Richard Crashaw. De zeepbel als metafoor voor de kwetsbaarheid van de kunst en van de hoop. How nice. Dank u Elliott.
Klara © 2015